| |
'Schoonheid is mijn vak, dat zit in alle dingen.'
Aldus vat tuinontwerper/publicist Klaas T. Noordhuis zijn levensinstelling
samen. Hoe letterlijk deze stelling moet worden genomen, bewijst
een bezoek aan Oosterhouw, het negentiende-eeuwse landhuis waar
Noordhuis woont met zijn partner Hans Christiaan Klasema. Een adembenemende
wereld van een rijke, doorleefde schoonheid, in sfeer gesitueerd
op de overgang van de negentiende naar de twintigste eeuw. Een parktuin
in diverse tuinstijlen, kamers vol tuinboeken, royaal gedekte tafels,
Italiaanse fresco's, hedendaagse schilderkunst, historische portretten.
Een rijk, Italiaans leven op het Groninger Hogeland. En toen kwam
het leven op Oosterhouw. Van bonzan tot bonzai De tuin is een afspiegeling
van het leven. Hij wordt gevormd, komt tot ontwikkeling, waarbij
hij zich soms anders toont dan ooit door zijn schepper beoogt. Planten
verdwijnen. Nieuwe planten doen hun intrede en blijken zich prima
thuis te voelen. De elementen laten zich gelden en brengen schade
toe, waaruit ook weer veel moois kan ontstaan. In het persoonlijk
leven van Klaas Noordhuis veranderde veel na het overlijden van
Jellema met wie hij niet alleen zijn leven maar ook Oosterhouw had
opgebouwd. Na een periode van geestelijke windstilte deelt hij nu
zijn leven en werk met Christiaan Klasema. Deze beeldend kunstenaar,
acteur en gewezen benedictijner monnik brengt heel nieuwe elementen
in Oosterhouw. Klaas Noordhuis: 'Al de tweede dag na de komst van
Christiaan waren we samen aan het spitten: er moest een moesgaard
komen. Voor de bonenstaken gingen we naar het Wad; prachtige gebleekte
takken die door de werking van het zout enorm houdbaar zijn.' Behalve
de moestuin creëerde Christiaan in de buitenrand van de tuin, die
tot dan toe alleen diende als windkering, een natuurlijke tuin met
verwijzingen naar de Japanse tuinstijl. Zo begint een wandelpad
bij een bonzan-tafel om te eindigen bij een bonzai-tafel. 'Een heel
natuurlijke gang, aangezien bonzan een voorloper is van de bonzai.'
Mediteren in de tuin Elders is tussen de bomen een kinhin-pad aangelegd,
een tegelpad voor loopmeditatie. Noordhuis lacht: 'Zelfs de meest
uitbundige tuinclubdames komen hier tot rust en schuiven al mediterend
door de tuin.' We naderen het huis van de achterkant en kijken gebiologeerd
naar een Italiaans landschap, inclusief oude Romeinse beelden en
een rij pijnbomen tegen een geelachtige lucht. De zoveelste tuinstijl
in deze tuin vol verrassingen? Het blijkt een muurschildering te
zijn tegen de zijgevel van het koetshuis. Een trompe l'oeuil, een
stijlelement die Klaas Noordhuis regelmatig toepast in de tuinen
die hij ontwerpt. 'Ik hou ervan om mensen op het verkeerde been
te zetten. Zie het als grap; een tuin moet toch ook gewoon leuk
zijn.' Toch is het een grap met een bedoeling, want zo'n muurschildering
creëert diepte en versterkt - in het geval van Oosterhouw - de Italiaanse
sfeer van het huis.
Ook het interieur van het huis is rijk aan wandschilderingen. Op
de volledige achterwand van de ontwerpstudio prijkt een geromantiseerde
afbeelding van het Reitdiepgebied ter hoogte van Garnwerd. Ook hier
ontmoeten Groningen en Italië elkaar. Aloys van Wieringen herschiep
het landschap van midden 19e eeuw en gaf het een Zuideuropese lichtval
en een Italiaans aandoende beplanting. 'Studio' is overigens een
te zakelijk woord voor wat deze kamer eigenlijk is: de Bibliotheca
Oosterhouwensis. Dit is de schatkamer van het huis, natuurlijk ingericht
in begin-twintigste-eeuwse sfeer. Hier vinden we Klaas Noordhuis'
ongeëvenaarde collectie tuinboeken, een verzameling die letterlijk
iedere dag groeit. Noordhuis: 'Ik wil gewoon van ieder tuingerelateerd
onderwerp het beste boek. Het gaat mij niet zozeer om kostbare bibliofiele
uitgaven. Ook het wat gedateerde kamerplantenboek van 15 jaar geleden
is welkom.' Op een willekeurige stapel van nieuwe aanwinsten ligt
een boek van Ruth van Creil, een van de eerste Nederlandse plantenfotografen,
maar ook een boek over Oostenrijkse tuincultuur en een prachtig
oud kruidenboek. Op zijn tekentafel vind ik een boek over Medieval
English Gardens. 'We zijn met een herinrichtingsontwerp voor een
kloostertuin bezig', licht Noordhuis toe. Hij toont mij een prachtig
herbarium van zijn overgrootvader. 'Het inspireerde me om tijdens
mijn reis door Nieuw-Zeeland een varenherbarium samen te stellen.'
Elders liggen een paar exemplaren van de tuinboeken die hij zelf
publiceerde, waaronder zijn veel vertaalde Tuinplantenencyclopedie.
'Ik schreef het boek vooral omdat ik het als tuinontwerper zelf
nodig had.'
Italiaanse speelfilims
Hij toont me de rest van het huis; sfeervolle kamers in warme tinten
waar vooral gelééfd wordt. 'We willen niet in een museum wonen',
benadrukt Noordhuis. Toch is er veel 'museaals' te vinden in Oosterhouw,
variërend van een prachtige collectie schilderkunst, waaronder werk
van Groningse figuratieven en wandschilderingen van Pieter Pander
en Aloys van Wieringen, fraaie serviezen en wanden vol familieportretten.
In verschillende kamers staan fraai gedekte tafels. 'We ontvangen
graag mensen die net als wij houden van de goede dingen van het
leven. We laten graag anderen meegenieten van dit geweldige huis.
Christiaan is een meesterkok en ik ben de tafeldekker.' Dat ontvangen
gaat verder dan een rijk gedecoreerde tafel en een goed glas wijn.
Klaas en Christiaan hebben op de bovenverdieping een gastenkamer
ingericht, uiteraard in de stijl van het huis, met hemelbed, familieportretten,
prachtig glaswerk en vooral een goddelijk uitzicht op de lange as
in de tuin van Oosterhouw. Ook hier aandacht voor de kleinste details.
Het noodzakelijke koelkastje gaat verscholen achter een miniatuur
wandschildering. Het tekent de bewoners van het huis ten voeten
uit. En in de belendende kamer, de biliotheek van C.O. Jellema -
natuurlijk met wandschilderingen - kan de gast musiceren op een
oude vleugel of genieten van op een diascherm geprojecteerde speelfilms.
Italiaanse films, dat spreekt voor zich.
Klaas Noordhuis' visie op het Hogeland
'De Romeinse schrijver Plinius beschreef ooit zijn tocht door Noord-Nederland
en ik constateer dat het landschap tussen Plinius en mijn jeugd
eigenlijk niet zo veel is veranderd. Kruinig, oftewel 'bol staand'
land, een meanderend Reitdiep en hier en daar een wierde. Allerminst
vlak, zoals het vooroordeel beweert. Maar toen kregen we de ruilverkavelingen
- die van de jaren zestig was ronduit rampzalig - en moest het allemaal
grootschaliger, practischer en economischer. Akkers werden afgevlakt
en nog jaarlijks worden er sloten gedempt en verdwijnen andere oude
landschapselementen. Dat toch veel bezoekers het landschap hier
als tamelijk ongerept ervaren, zegt alles over hoe het Nederlandse
landschap elders is 'verbouwd' tot een eenheidsworst. Daarom moeten
we koesteren wat we hier nog hebben. Het landschap dreigt door het
vertrek van akkerboeren en de komst van hun veeteelt-collega's wel
eentoniger te worden, maar daar staat de komst van meer groen en
de aanleg van fietspaden tegenover. Hier in de omgeving van Leens
is Stichting Het Groninger Landschap bezig met een landschapsplan
waarbij de doorkijkjes van en naar het dorp worden hersteld of versterkt.
Gericht worden bomen gekapt en elders aangeplant. Als ik een tip
mag geven? Kijk vooral naar het landschap zelf. Ontdek de geschiedenis
en de logica die erin zit. Zo werden hier van oudsher alleen de
oost-west lopende wegen bepland met laanbomen. En met reden. De
wind komt het meest uit westelijke richting en zo houden de bomen
elkaar uit de wind. Met als resultaat prachtige lijnen in het landschap.
Klaas T. Noordhuis als tuinontwerper
'Ik ontwerp voor een pand, niet voor de bewoners. De tuin moet
passen bij het karakter van het huis en niet - zoals veel architecten
willen - ermee contrasteren. Ik heb weliswaar een voorkeur voor
het ontwerpen van tuinen op een historische locatie, maar ook bij
een nieuw huis kan ik goed uit de voeten. Ik plaats het huis in
z'n context en zie het als historie van de toekomst. Opdrachtgevers
vraag ik altijd om eerst hier langs te komen, dan blijkt al of ze
serieus zijn. Hier kan ik laten zien wat ik doe en hoe ik omga met
de relatie tussen huis en tuin. Het historische karakter van een
tuin zit voor mij overigens niet alleen in de structuur, maar ook
in de beplanting. Ook dat kun je prima illustreren aan de hand van
de tuinen van Oosterhouw. Als logisch gevolg van mijn benadering
zijn mijn tuinen eigenlijk zelden trendy. Trends komen en gaan terwijl
het huis en de tuin wat mij betreft nog eeuwen mee gaan.
Een website als een slingertuin
Zoals je uren kunt dwalen door de tuinen van Oosterhouw, zo biedt
ook de website www.klaasnoordhuis.nl een wereld aan verrassingen
voor tuinliefhebbers. Van lessen in tuinarchitectuur tot pamfletten
tegen de verwording van het landschap. Van achtergrondinformatie
over trompe l'oeuils tot de spelregels van het croquetspel. Met
recepten, een enorm fotoarchief, elektronische toegang tot de Bibliotheca
Oosterhouwensis en dagtips voor tuinclubs en andere tuinliefhebbers.
Een absolute aanrader!
Zelf genieten van Oosterhouw?
Klaas Noordhuis en Christiaan Klasema laten graag anderen meegenieten
van de geneugten van Oosterhouw. Voor tuinclubs en andere groepen
van minimaal tien en maximaal dertig personen zijn er verschillende
arrangementen. Wees gewaarschuwd. Op Oosterhouw bent u niet in een
uurtje klaar. Voor een rondleiding door de tuinen wordt u ontvangen
in stijl met minimaal koffie en thee. Een ontvangst met wijn, een
high tea, een welgevulde picnicmand of een complete maaltijd behoort
ook tot de mogelijkheden. Ook het landhuis is te bezichtigen. Op
Oosterhouw kunnen tentoonstellingen, symposia en literaire of theatrale
bijeenkomsten worden georganiseerd. De tuin biedt zitgelegenheid
voor honderd personen. Binnen kunnen maximaal dertig personen film-
of theatervoorstellingen, lezingen of concerten bijwonen. En wilt
u overnachten? U kunt kiezen tussen een klassiek ingerichte gastenkamer
(Erfgoed Logies) voor twee personen en een buitenverblijf in volstrekte
afzondering voor vier personen. Nadere informatie: Oosterhouw Klaas
T. Noordhuis en Hans Christiaan Klasema Hoofdstraat 35 9965 PA Leens
|

Entree met doorzicht door de tuinkamer op de lange as van de
parktuin. De Renaissance halbank heeft in het midden een wapen met
drie bloemen. De gietijzeren midden 19e eeuwse kapstok is op het
Hogeland in veel boerderijen nog te zien.
In de kamers liggen Deventer tapijten uit het begin van de 20e
eeuw.
Tapijtfabrieken Birnie en Sauret hadden een fabriek van tapijten
en zeildoek aan de Nieuwstraat in Deventer. Deze fabriek groeide
uit tot een flinke fabriek. Het gebouw aan de Nieuwstraat werd daardoor
te klein. Daarvoor bouwde men in 1904 een nieuwe fabriek in de Voorstad.
Die straat lag in die tijd aan de rand van de stad en werd later
de Smyrnastraat genoemd. Een onderdirecteur van de fabriek, H.J.
Peters, begon in 1907 voor zichzelf en stichtte een nieuwe fabriek
van mechanisch geweven tapijten met een ververij. Deze tapijtfabriek
van Peters werd gevestigd aan de Lange Zandstraat. In 1919 ging
de tapijtfabriek aan de Smyrnastraat in Deventer samen met twee
andere tapijtfabrieken in het land. De fabriek werd de KVT genoemd,
de Koninklijke Verenigde Tapijtfabrieken. In 1978 is de fabricage
van tapijten in de vestiging in Deventer gestopt.
|
| |
Van Pasen tot Pinksteren.
De vondst van Oosterhouw was doortrokken van symboliek en goede voortekens.
'Met Pasen wandelden Cor en ik in Houwerzijl en zagen het huis over
een afstand van zo'n vijf kilometer staan. "Als zoiets ooit te koop
komt, geven we dan de stad op?" zo vroegen we ons af. Het antwoord
was een volmondig "Ja". Met Pinksteren zouden we gaan wandelen in
de bossen bij Ter Apel. Op weg daarna toe bezochten we een zieke tante.
Toevallig pakte ik een Nieuwsblad van het Noorden op en het eerste
wat ik zag was Oosterhouw. Te Koop! We zijn direct in de auto gestapt
en weer naar Noord-Groningen gereden. Binnen een kwartier was het
huis van ons. Soms moet je doorpakken. Als we een half uur later waren
geweest, dan hadden we achter het net gevist.' De oorspronkelijk in
landschappelijke stijl aangelegde tuin van Oosterhouw bood Klaas Noordhuis
alle ruimte en inspiratie om zijn visie op tuinarchitectuur in de
praktijk te brengen. 'De tuin was verwilderd en door ongehoord bruut
beheer verkracht. De Heidemaatschappij was op het onzalige idee gekomen
om er een soort minitatuur productiebos van te maken. We hebben eigenhandig
de stronken van de laatste populieren verwijderd voordat we met de
tuin konden beginnen. Een enorme klus.' Vier eeuwen tuinkunsthistorie
In het verlengde van de eclectische stijl van het huis ontwierp Klaas
Noordhuis tuinen die passen bij de verschillende elementen van het
huis Daarmee zou de tuin uiteindelijk een les in vier eeuwen tuingeschiedenis
worden. 'De bouwstìjl van met name het voorhuis is Italiaans. Dus
koos ik voor een ruimtelijke voortuin in classicistische stijl met
veel geschoren hagen en rechte lijnen. Daarbinnen heb ik onderscheid
gemaakt in verschillende stijlperiodes. Het renaissance-deel oogt
als een oud-Romeinse tuin met vierkante perken, een vierzijdige symmetrie,
het ontbreken van een hoofdas en beelden centraal in de perken. De
achtpuntige, uit buxusblokken geknipte stervorm is een opvallend barok-element
centraal in de voortuin. En het Rococo-gedeelte van de voortuin heeft
een minder strenge symmetrie en uitbundige, maar ranke vormen in de
lage vormsnoei.' Eindeloos wandelen Achter het huis ligt een heel
andere tuin, hoewel door het gebruik van veel groenblijvende heesters
en duidelijke lijnen, de hand van de ontwerper wel herkenbaar is.
Hier volgde Klaas Noordhuis de bouwtijd van het huis en maakte een
ontwerp in de Engelse landschapsstijl met z'n rondlopende paden, z'n
heuveltje, z'n prieel, z'n follies, de verspreid staande bomen en
de illusie van 'eindeloos wandelen in de eigen tuin'. Nog dieper de
tuin in koos Noordhuis voor de stijl die past bij de verbouw van 1913:
de architectonische stijl. Dit deel van de tuin heeft kunstmatige
hoogteverschillen, die gecreëerd konden worden door het hergebruik
van de grond die vrijkwam door het graven van een grote vijver. 'De
hoogteverschillen heb ik benadrukt door de hagen in verschillende
hoogtes te knippen.' Opvallend is de diagonale as - een soort groene
brandgang zoals die vaak ook in grote parken voorkomt. 'Hij komt precies
uit bij het vroegere huis van mijn grootvader'. Verder worden er verschillende
geometrische vormen gebruikt en vooral veel bakstenen in de stijl
van het huis. In dit architectonische deel is ook de invloed van de
Nederlandse tuingoeroe Mien Ruys herkenbaar in onder meer de forse
rechthoekige vasteplantenborders en rechthoekige stapstenen. |

Kast met Regout servies van de grootouders in de keuken. Vroeger
liep de trap naar de meidenkamer door deze kast; deze is in 1956
verwijderd. De keuken met schouw uit 1868 en granito aanrecht en
Bruynzeelkasten uit 1913 is in 2007 geheel gerestaureerd . Het AGA
fornuis dient tevens als warmtebron.
|